ECLI:NL:CRVB:2018:264
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand zelfstandigen wegens niet-levensvatbaar bedrijf
Appellant, een startende markthandelaar in snoepgoed, vroeg bijstand aan op grond van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor algemene noodzakelijke kosten en bedrijfskapitaal. Het college wees de aanvraag af omdat deskundigen Flynth en IMK concludeerden dat het bedrijf niet levensvatbaar is.
Appellant voerde aan dat de omzetprognoses te laag waren en baseerde zich op een rapport van het Hoofdbedrijfschap Detailhandel en eigen marktwaarnemingen. Desondanks bleven de deskundigen bij hun oordeel dat de omzetverwachtingen onvoldoende zijn om het bedrijf rendabel te maken. De Raad oordeelde dat het college terecht mocht afgaan op de adviezen van deze deskundigen, aangezien er geen concrete aanwijzingen waren die de betrouwbaarheid van deze adviezen ondermijnden.
De Raad verwierp ook het verzoek van appellant om een onafhankelijke deskundige aan te wijzen en wees het verzoek tot schadevergoeding af. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag bijstand zelfstandigen wordt afgewezen wegens niet-levensvatbaar bedrijf.