ECLI:NL:CRVB:2018:2652
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet-melding op geld waardeerbare werkzaamheden bij evenement
Appellant ontving bijstand sinds juni 2014 en werd in het kader van een periodiek heronderzoek gevraagd financiële gegevens te overleggen. Hij leverde niet alle gevraagde stukken aan, waarop het college de bijstand opschortte en later introk met terugvordering van de kosten.
Appellant had in de beoordelingsperiode contante stortingen ontvangen en deelgenomen aan een evenement in Argentinië als monteur en bijrijder, zonder dit te melden. Het college oordeelde dat hij op geld waardeerbare werkzaamheden had verricht, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de werkzaamheden een economische waarde vertegenwoordigen en dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij recht had op bijstand. De beroepsgronden van appellant werden verworpen en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellant niet heeft voldaan aan zijn inlichtingenverplichting en op geld waardeerbare werkzaamheden heeft verricht.