Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
A.T. de Kwaasteniet als leden, in tegenwoordigheid van J.R. Trox als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2018.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig vrachtwagenchauffeur, meldde zich ziek wegens rug- en knieklachten en ontving diverse uitkeringen. Het UWV stelde bij meerdere besluiten vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor functies als wikkelaar, samensteller elektronische apparatuur en productiemedewerker. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en voerde aan dat zijn klachten en beperkingen waren onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond, waarbij zij het medisch en arbeidskundig onderzoek van het UWV als zorgvuldig en juist beoordeelde. Appellant bracht in hoger beroep grotendeels dezelfde argumenten naar voren, waaronder een betoog over zijn opleidingsniveau en geschiktheid voor certificaten. De Raad volgde de rechtbank en oordeelde dat er geen aanwijzingen waren voor onzorgvuldigheid of onjuistheid in de medische beoordelingen.
De Raad overwoog dat de fysieke beperkingen van appellant, waaronder degeneratieve afwijkingen en artrose, passend waren meegenomen in de beoordeling en dat de psychische klachten niet zodanig waren dat werkhervatting onmogelijk was. Ook het opleidingsniveau werd als passend beoordeeld. De hoger beroepen werden verworpen en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. De aangevallen uitspraken werden bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht meer heeft op een Ziektewet-uitkering en wijst de verzoeken om schadevergoeding af.