ECLI:NL:CRVB:2018:2690
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing herbeoordeling arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering
Appellant, voormalig medewerker postkamer, viel sinds 2005 uit met depressieve klachten en ontving vanaf 2007 een WGA-uitkering wegens 59,08% arbeidsongeschiktheid. In 2014 vroeg zijn ex-werkgever een herbeoordeling aan vanwege vermeende verbetering van zijn belastbaarheid. Na medisch en arbeidskundig onderzoek trok het UWV in 2015 de WGA-uitkering in omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn beperkingen niet waren verbeterd en onvoldoende waren erkend, onderbouwd met rapporten van behandelaars en een psycholoog. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond, gesteund door rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige die de beperkingen bevestigden.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen niet waren onderschat. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische stoornissen onvoldoende waren meegewogen, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank.
De Raad concludeerde dat de artsen van het UWV de klachten uitvoerig hebben onderzocht en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst van januari 2015 adequaat zijn vastgesteld. De aanvullende rapporten bevestigen de eerder geconstateerde problematiek zonder aanleiding tot meer beperkingen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.