ECLI:NL:CRVB:2018:2692
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van verrekening bijstandsvordering en afwijzing bijzondere bijstand voor wasmachine en stofzuiger
Appellant en zijn toenmalige partner hebben bij de Sociale Dienst Drechtsteden meerdere aanvragen om bijstand ingediend, waaronder bijzondere bijstand voor de aanschaf van huishoudelijke apparaten. Het bestuur had eerder een renteloze lening toegekend voor een koelkast en fornuis, maar dit bedrag werd teruggevorderd wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen. Een latere verrekening van een bedrag van €36,15 met de bijstand werd door appellant aangevochten.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de verrekening van de openstaande vordering terecht heeft plaatsgevonden, aangezien de schuld bestond en nog niet volledig was voldaan. Tevens is de invordering niet onrechtmatig, ook niet in het licht van schuldhulpverlening, waarbij rekening wordt gehouden met de beslagvrije voet.
Daarnaast is de aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een wasmachine en stofzuiger afgewezen omdat deze kosten behoren tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten die uit het eigen inkomen op bijstandsniveau betaald moeten worden. Appellant had kunnen reserveren of gespreid betalen. De financiële situatie van appellant en schulden vormen geen bijzondere omstandigheden die bijzondere bijstand rechtvaardigen.
De Raad bevestigt de uitspraken van de rechtbank Rotterdam en wijst de hoger beroepen af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand en de rechtmatigheid van de verrekening van de openstaande vordering.