ECLI:NL:RVS:2016:1798
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging stabilisatietraject schuldhulpverlening wegens functionerende onderneming
Appellanten verzochten op 1 augustus 2013 om toelating tot gemeentelijke schuldhulpverlening, waarna een stabilisatietraject werd overeengekomen. Het dagelijks bestuur beëindigde dit traject op 9 januari 2014 vanwege een betwiste vordering van de Belastingdienst en het feit dat appellant A een nog functionerende onderneming had, zoals blijkt uit het handelsregister.
De rechtbank oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht handelde bij het beëindigen van het traject, omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat de inschrijving van de onderneming ongedaan kon worden gemaakt en er sprake was van onbetaalde belastingaanslagen waarover een procedure liep.
In hoger beroep betoogden appellanten dat er nooit sprake was geweest van een onderneming, slechts van een voornemen, en dat de inschrijving onterecht gehandhaafd werd door de Belastingdienst. De Raad van State bevestigde echter dat de beleidsregels schuldhulpverlening het beëindigen van het traject rechtvaardigen indien sprake is van een nog functionerende onderneming.
De Raad van State concludeerde dat appellant A ten tijde van de beëindiging zelfstandig ondernemer was met een functionerende onderneming en dat het dagelijks bestuur het stabilisatietraject in redelijkheid heeft kunnen beëindigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de beëindiging van het stabilisatietraject bevestigd.