ECLI:NL:CRVB:2016:3541
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep bijstand en schuldhulpverlening na beëindiging stabilisatietraject
Appellant en L meldden zich in april 2013 bij de Sociale Dienst Drechtsteden voor bijstand en schuldhulpverlening. Na toekenning van bijzondere bijstand in de vorm van een lening en het sluiten van een stabilisatieovereenkomst, beëindigde het bestuur het stabilisatietraject wegens niet-naleving van voorwaarden. Vervolgens werd de lening teruggevorderd en een aanvraag voor aanvullende bijstand afgewezen vanwege hogere inkomsten.
Appellant en L stelden beroep in tegen diverse besluiten, waaronder de beëindiging van het stabilisatietraject, de terugvordering van de leenbijstand en de afwijzing van bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep tegen beëindiging en terugvordering ongegrond, maar vernietigde het besluit over de bijstand en gaf opdracht tot herbeoordeling.
De Raad oordeelt dat de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegd is voor het geschil over het stabilisatietraject en verklaart zich onbevoegd hierover te oordelen. De terugvordering van de leenbijstand is terecht en los van het stabilisatietraject. Bijstand kan niet met terugwerkende kracht worden toegekend vóór de datum van melding, tenzij bijzondere omstandigheden aanwezig zijn, wat hier niet het geval is. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen; de Raad verklaart zich onbevoegd voor het deel over schuldhulpverlening.