ECLI:NL:CRVB:2018:2701
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over huisbezoek en toepassing WWB bij twijfel over woonadres
In deze zaak stond centraal of het college van burgemeester en wethouders van Vught terecht een huisbezoek heeft afgelegd bij appellanten op 18 december 2014 zonder hun toestemming. De rechtbank had geoordeeld dat de Participatiewet (PW) van toepassing was, maar dat het toetsingskader materieel de Wet werk en bijstand (WWB) betrof. Deze overweging werd door de Centrale Raad van Beroep bevestigd, ondanks enige onduidelijkheid in de formulering.
De Raad stelde vast dat er op grond van omstandigheden, zoals het onbewoond verklaren van de woning door appellanten, een laag waterverbruik, lage gas- en elektriciteitskosten en weinig geleegde afvalcontainers, redelijkerwijs twijfel bestond over het feitelijke woonadres. Deze twijfel werd tijdens het gesprek op 18 december 2014 niet weggenomen door appellanten.
Appellanten hadden aangevoerd dat zij geen toestemming hadden gegeven voor het huisbezoek en dat er een zwaarwegend belang bestond om niet mee te werken, onder andere vanwege culturele achtergrond en gezondheidssituatie. De Raad verwierp deze gronden en oordeelde dat deze omstandigheden geen zwaarwegend belang vormden dat medewerking aan het huisbezoek in de weg stond.
Daarmee bleef de aangevallen uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in stand en werd het beroep van appellanten ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellanten wordt afgewezen en het huisbezoek wordt als rechtmatig bevestigd.