ECLI:NL:CRVB:2018:2729
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over geschiktheid functies bij Ziektewet-uitkering na schouderklachten
Appellant, voormalig inpakker, meldde zich ziek met schouderklachten en ontving een Ziektewet-uitkering. Het UWV stelde op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies en beëindigde de uitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen van appellant adequaat waren meegenomen. Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV zijn beperkingen onderschatte, met name door het niet meenemen van de diagnose synoviale chondromatosis en de gevolgen daarvan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het medisch onderzoek de beperkingen van appellant voldoende in kaart bracht, dat de functies passend waren en dat de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot herziening. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.