Uitspraak
17.6368 PW, 17/7348 PW
8 augustus 2017, 17/519 (aangevallen uitspraak)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was betrokken bij een terugvordering van kosten van bijstand door het college van burgemeester en wethouders van Rijssen-Holten. Het college had een bedrag van ruim €37.000 mede van appellant teruggevorderd wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding in bepaalde perioden. De rechtbank had het beroep van appellant deels gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor een deel van de terugvordering, waarna het college een nieuw besluit nam waarin een lager bedrag werd teruggevorderd.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, maar berustte vervolgens in het nieuwe besluit van het college. Hij gaf aan dat hij alleen nog proceskostenvergoeding wilde omdat het college het nieuwe besluit pas op de laatste dag van de beroepstermijn nam, waardoor hij kosten moest maken voor het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant door zijn berusting in het nieuwe besluit geen belang meer had bij inhoudelijke beoordeling van het hoger beroep. Volgens vaste rechtspraak kan geen procesbelang worden ontleend aan de wens tot proceskostenvergoeding. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees hij de proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.