ECLI:NL:CRVB:2018:2756
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging kinderbijslag wegens verlies ingezetenschap vanaf eerste kwartaal 2014
Appellante kreeg kinderbijslag toegekend, maar de Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde dat zij vanaf het eerste kwartaal van 2013 niet meer als ingezetene van Nederland kon worden aangemerkt, omdat zij met haar kinderen naar het buitenland was vertrokken. De Svb herzag het recht op kinderbijslag en vorderde een bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet meer als ingezetene werd beschouwd vanaf het eerste kwartaal 2013. Appellante stelde in hoger beroep dat zij wel degelijk ingezetene bleef, ondanks haar verblijf in Marokko.
De Raad oordeelde dat het vertrek niet direct als definitief kon worden aangemerkt en dat appellante in 2013 nog als ingezetene moest worden beschouwd. Vanaf het eerste kwartaal 2014 was dit niet meer het geval. Daarom werden de eerdere besluiten vernietigd, het recht op kinderbijslag beëindigd per 2014, en de terugvordering herroepen.
De Svb werd veroordeeld tot vergoeding van kosten in bezwaar en beroep. De uitspraak vervangt het herzieningsbesluit van 6 mei 2014.
Uitkomst: Het recht op kinderbijslag wordt beëindigd per het eerste kwartaal van 2014 en de terugvordering wordt herroepen.