ECLI:NL:CRVB:2018:276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M. Kraefft
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van plichten bij militair
Appellant, werkzaam als militair, werd ontslagen op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en onder k, van het Algemeen militair ambtenarenreglement (AMAR) wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn plichten. De gedragingen betroffen onder meer herhaaldelijk te laat komen, te late verlofaanvragen, ongeoorloofd ziekteverzuim, het vergeten van veiligheidsschoenen, bedreiging van zijn ex-vriendin en onder invloed van alcohol op het werk verschijnen.
De Raad oordeelde dat deze gedragingen terecht als verregaande nalatigheid zijn aangemerkt die ontslag rechtvaardigen. Hoewel appellant stelde dat eerdere incidenten niet in de ontslaggrond mochten worden betrokken, mocht de staatssecretaris deze wel als context gebruiken bij de beoordeling. Tevens was er geen sprake van een verbeterkans die het ontslag zou kunnen rechtvaardigen.
Het disciplinegesprek en de daaropvolgende maatregelen werden niet gezien als een toezegging tot behoud van de functie. De Raad concludeerde dat de belangen van appellant bij behoud van zijn functie minder zwaar wegen dan de ernst van zijn nalatigheden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag wordt bevestigd.