ECLI:NL:CRVB:2018:2784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken grondslag verstandelijke handicap
Appellant, bekend met morbide obesitas, slaapapneu, psychische klachten en een kunstoog, vroeg zorg aan op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ wees de aanvraag af omdat geen sprake was van een verstandelijke handicap en de somatische aandoeningen niet leidden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij vanwege een laag IQ en combinatie van klachten wel aanspraak maakte op Wlz-zorg. De Raad toetste dit aan de wettelijke criteria en de medische adviezen van het CIZ, waarin werd geconcludeerd dat geen sprake was van een verstandelijke handicap en dat appellant in staat was om op relevante momenten hulp in te roepen.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat appellant niet voldeed aan de criteria voor Wlz-zorg. De medische adviezen waren zorgvuldig en appellant leverde geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel zou leiden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag langdurige zorg wegens ontbreken van een verstandelijke handicap en blijvende zorgbehoefte.