ECLI:NL:RBMNE:2021:4833
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op indicatie voor langdurige zorg op grond van Wlz wegens ontbreken blijvende behoefte aan permanent toezicht
Eiser, met diverse chronische aandoeningen waaronder PTSS en een somatoforme stoornis, vroeg op 9 februari 2018 een indicatie voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) aan. Deze aanvraag werd op 23 april 2018 afgewezen en het bezwaar daarop op 19 november 2018 ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank hield de behandeling aan in afwachting van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over een eerdere aanvraag van eiser. Na de uitspraak van de CRvB op 9 december 2020 werd het beroep inhoudelijk behandeld. Verweerder stelde dat de psychiatrische grondslag geen toegang tot Wlz-zorg geeft en dat de somatische klachten niet leiden tot een blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24 uur zorg.
Eiser voerde aan dat sprake is van een verstandelijke handicap en regieproblemen die een noodzaak tot 24 uur zorg rechtvaardigen. Medische adviezen van verweerder stelden echter dat eiser in staat is op relevante momenten hulp in te roepen, bijvoorbeeld via hulpmiddelen, en dat er geen noodzaak is voor permanent toezicht.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht is uitgegaan van deze medische adviezen, mede omdat eiser geen contra-expertise heeft overgelegd. De verklaring van de klinisch geneticus bood geen concrete aanwijzingen die het advies ondermijnen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor Wlz-zorg wordt ongegrond verklaard.