ECLI:NL:CRVB:2018:2836
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling passend zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en verzorging voor appellante
Appellante, bekend met een verstandelijke beperking met kenmerken van PDD-NOS, had een aanvraag ingediend voor zorg op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz). Het CIZ had haar per 2 maart 2016 geïndiceerd voor het zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en intensieve verzorging. Na bezwaar wijzigde het CIZ deze indicatie op 16 februari 2017 naar het lichtere zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en verzorging.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de verlaging van de indicatie onterecht was, omdat haar problematiek ernstiger was en zij daardoor onvoldoende zorg zou ontvangen, wat leidde tot onveilige situaties. De Centrale Raad van Beroep heeft het medisch advies van de medisch adviseur van het CIZ als zorgvuldig en onderbouwd beoordeeld, waarbij het lichtere zorgprofiel passend werd geacht.
De Raad oordeelde dat het zorgprofiel VG Wonen met begeleiding en verzorging voldoende ondersteuning biedt, gericht op zelfredzaamheid en stabilisatie. De verlaging van de indicatie was gerechtvaardigd en vond plaats met inachtneming van de rechtszekerheid, zonder strijd met het verbod van reformatio in peius. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de indicatie voor het lichtere zorgprofiel wordt bevestigd.