ECLI:NL:CRVB:2018:2847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Wajong-uitkering terecht geweigerd ondanks aangepaste functionele mogelijkhedenlijst
Appellant heeft een aanvraag om arbeidsondersteuning op grond van de Wajong 2010 ingediend, die door het UWV is afgewezen omdat hij in staat wordt geacht ten minste 75% van het minimumloon te verdienen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een andere beoordeling rechtvaardigen.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat hij wel degelijk nieuwe feiten en beperkingen heeft, waaronder een diagnose ADHD en een lichte verstandelijke beperking, die tot een aangepaste functionele mogelijkhedenlijst (FML) leidden. De Raad heeft een deskundige benoemd die bevestigde dat de beperkingen vooral liggen op het gebied van persoonlijk en sociaal functioneren, maar dat de geselecteerde functies met de aangepaste FML geschikt zijn.
Het bestreden besluit vertoonde een motiveringsgebrek, maar dit gebrek werd gepasseerd omdat geen belanghebbende werd benadeeld. Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure met ruim een jaar werd overschreden, waarvoor een schadevergoeding van €1.500,- werd toegekend. Het UWV werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De Wajong-uitkering wordt terecht geweigerd; er wordt een schadevergoeding toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.