Uitspraak
16.6415 ZW
.Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A. Anandbahadoer.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, voormalig betonreparateur, meldde zich ziek met rug- en heupklachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Na een eerstejaars beoordeling concludeerde het UWV dat appellant met inachtneming van beperkingen meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Dit leidde tot beëindiging van het ziekengeld per 16 november 2014.
Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat zijn klachten, waaronder rugpijn, hoofdpijn, tinnitus en hartklachten, zijn belastbaarheid onderschatten. De rechtbank vernietigde het eerdere besluit wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing, waarna het UWV een nieuw besluit nam dat het bezwaar opnieuw ongegrond verklaarde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het onderzoek van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige zorgvuldig en deugdelijk is uitgevoerd. De beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn adequaat vastgesteld, inclusief rekening houdend met rug- en hoofdpijnklachten en geluidsoverlast. De geselecteerde functies zijn passend binnen deze beperkingen.
De Raad wijst erop dat recente verslechteringen van de gezondheid en nieuwe klachten niet relevant zijn voor de beoordeling per 16 november 2014. Ook is onvoldoende gebleken van excessief ziekteverzuim. De Raad bevestigt daarom het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.