ECLI:NL:CRVB:2018:299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende financiële informatie
Verzoeker heeft bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet, maar het dagelijks bestuur heeft de aanvraag afgewezen omdat verzoeker niet alle gevraagde gegevens over zijn financiële situatie voorafgaand aan de aanvraag heeft verstrekt. De rechtbank heeft het beroep tegen deze afwijzing ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
In hoger beroep heeft verzoeker alsnog enkele gegevens aangeleverd en gesteld dat het recht op bijstand kan worden vastgesteld. Verzoeker voerde aan dat hij door gebrek aan inkomen schulden heeft opgebouwd en een huurachterstand heeft, waardoor dreiging van ontruiming bestaat.
De voorzieningenrechter oordeelt dat sprake is van spoedeisend belang vanwege de dreigende ontruiming, maar dat de verstrekte informatie onvoldoende is om de financiële situatie en bijstandbehoevendheid vast te stellen. De herkomst van stortingen op de bankrekening is onduidelijk en niet aannemelijk gemaakt, evenals de middelen waarmee de huur is voldaan.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en het hoger beroep tegen de afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt ongegrond verklaard.