ECLI:NL:CRVB:2018:2998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- Y.J. Klik
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na bezit onroerende zaken in buitenland
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het college wijzigde de norm naar die van een alleenstaande. Een onderzoek in het kader van het project 'Vermogen in het buitenland' bracht aan het licht dat appellante mede-eigenaar was van 32 percelen landbouwgrond in Turkije, met een waarde van ruim €10.000.
Het college herzag en trok de bijstand terug vanwege het niet melden van dit vermogen en vorderde de ontvangen bedragen terug. De rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelde dat de terugvordering over de eerste periode (tot 10 september 2012) gematigd moest worden vanwege onaanvaardbare financiële gevolgen, maar handhaafde de terugvordering over de tweede periode.
Het college nam een nieuw besluit waarbij het terugvorderingsbedrag werd aangepast conform de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit nieuwe besluit ongegrond omdat appellante geen nieuwe gronden had aangevoerd voor de eerste periode en de gronden voor de tweede periode niet in het geding waren.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank ten onrechte de gronden over de tweede periode niet had beoordeeld. De Raad oordeelde dat dit terecht was omdat appellante geen hoger beroep had ingesteld tegen het eerdere oordeel van de rechtbank en geen bijzondere omstandigheden had aangevoerd.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.