Appellant was een eigen bijdrage verschuldigd voor zorg met verblijf, vastgesteld door CAK op basis van gewijzigde inkomensgegevens over 2013. CAK wijzigde de bijdrage per 1 januari 2015 van €383,31 naar €454,50 per maand. Appellant voerde bezwaar en beroep aan tegen deze besluiten en tegen een factuur van CAK.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het tweede besluit ongegrond, en wees het beroep tegen een derde besluit eveneens af. CAK werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat CAK terecht de bijdrage heeft herzien op grond van de Wmo 2015 en het Uitvoeringsbesluit, binnen de wettelijke termijn van 24 maanden na ontvangst van gewijzigde inkomensgegevens. Het beroep van appellant faalde, ook omdat de wettelijke bepalingen dwingendrechtelijk zijn en geen ruimte bieden voor afwijkingen.
De Raad bevestigde tevens het oordeel van de rechtbank dat er geen sprake was van dubbele facturering en dat de facturen juist waren vastgesteld. CAK werd veroordeeld in de proceskosten van appellant voor het hoger beroep, begroot op €1.002,-, en moet het betaalde griffierecht vergoeden.