ECLI:NL:CRVB:2018:3037
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens onvoldoende inzicht in financiële situatie
Appellanten hebben op 23 januari 2017 een aanvraag voor bijstand ingediend. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg heeft deze aanvraag afgewezen vanwege onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellanten voorafgaand aan de aanvraag. Appellanten kregen meerdere kansen om aanvullende bewijsstukken te overleggen, maar hebben dit niet voldoende gedaan.
De voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaarde het beroep van appellanten tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij wel voldoende duidelijkheid hadden verschaft over hun financiële situatie. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog onderzocht en geoordeeld dat appellanten onvoldoende controleerbare gegevens hebben aangeleverd over hun levensonderhoud en de huurbetalingen van een verhuurde woning.
Uit bankafschriften bleek dat betalingen voor levensonderhoud ontoereikend waren en de stelling dat zij leefden van studiefinanciering en stagevergoeding van hun zoon werd niet voldoende ondersteund. Ook was er geen bewijs dat de huur van de woning niet werd betaald, omdat de huur contant werd voldaan en er geen afspraken waren over giraal betalen. De Raad concludeerde dat het college terecht de aanvraag heeft afgewezen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 11 september 2018.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie van appellanten.