ECLI:NL:CRVB:2018:3061
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 5 juli 2011 in WIA-uitkeringszaak
Appellante, werkzaam als senior account manager sinds 1 januari 2008, meldde zich op 5 juli 2011 ziek wegens psychische klachten en vroeg in april 2013 een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de eerste arbeidsongeschiktheidsdag vast op 5 juli 2011, wat appellante betwistte met het argument dat haar arbeidsongeschiktheid al eerder begon, mede gelet op het niet behalen van targets en het wegvallen van bonusinkomsten vanaf juli 2010.
Na meerdere verzekeringsgeneeskundige onderzoeken en rapportages, waaronder die van psychiater Trompenaars, bleef het UWV bij de vaststelling van 5 juli 2011 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond vanwege het ontbreken van medische objectieve gegevens die een eerdere datum ondersteunen, en het feit dat appellante zich pas medio 2011 ziekmeldde en medische hulp zocht.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar leverde geen nieuwe medische gegevens aan. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de zorgvuldige beoordeling van het UWV en de rechtbank en bevestigde de vaststelling van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag op 5 juli 2011. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 3 oktober 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdag van appellante terecht is vastgesteld op 5 juli 2011.