ECLI:NL:CRVB:2018:3109
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens niet volgemaakte wachttijd
Appellant, voormalig directeur business development, vroeg een WIA-uitkering aan na langdurige arbeidsongeschiktheid door lichamelijke klachten na een fietsongeval. Het UWV weigerde de uitkering omdat de wachttijd van 104 weken niet was voltooid.
De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en concludeerde dat appellant geschikt was voor zijn maatgevende arbeid. Na een nieuwe ziekmelding en medische ingreep werd de wachttijd opnieuw beoordeeld, waarbij een samengestelde wachttijd tot 28 november 2014 werd vastgesteld. Het UWV handhaafde het besluit tot weigering van de WIA-uitkering.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de wachttijd niet was volgemaakt omdat perioden zonder arbeidsongeschiktheid niet meetellen. De Raad vond de medische rapporten zorgvuldig en overtuigend en wees het beroep van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat de wachttijd van 104 weken niet is volgemaakt.