ECLI:NL:CRVB:2018:3130
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- K.J. Kraan
- H. Lagas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling en afwijzing verlenging opleiding rechter in opleiding na onvoldoende eindbeoordeling
Appellante volgde vanaf oktober 2014 de opleiding tot rechter in opleiding (rio) bij de rechtbank Midden-Nederland, met een beoogde afronding in juli 2017 na verlenging wegens zwangerschapsverlof. Tijdens de opleiding doorliep zij drie leerwerkomgevingen (LWO I, II en III). De beoordelingscommissie gaf in juni 2017 een eindbeoordeling met het oordeel 'onvoldoende', waarbij op vijf kritische beoordelingscriteria een 'zwak' werd gescoord en de cesuur van 70% niet werd gehaald.
Appellante voerde aan dat de beoordeling onjuist was en dat er sprake was van objectiveerbare omstandigheden die haar functioneren hadden belemmerd, met name in LWO II door een slecht opleidingsklimaat. Zij verzocht om verlenging van de opleiding op grond van de hardheidsclausule. Het bestuur wees dit verzoek af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
De Raad toetste de beoordeling terughoudend maar oordeelde dat de negatieve eindbeoordeling voldoende was gemotiveerd en gebaseerd op concrete feiten uit evaluaties en feedback. De Raad volgde het bestuur in de afwijzing van het verzoek tot verlenging, omdat de compensatie via vervroegde roulatie en coaching voldoende was, en omdat het niet aannemelijk was dat appellante met verlenging aan de eindtermen zou voldoen.
Het beroep van appellante werd ongegrond verklaard, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot verlenging van de opleiding wordt afgewezen.