Uitspraak
17.5420 WUV
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om een voorziening voor medische behandeling en medicijnen voor osteoporose en blaasklachten. Verweerder wees dit verzoek af omdat de klachten niet in verband staan met de vervolging.
De Raad beoordeelde het beroep en constateerde dat de osteoporose werd veroorzaakt door eierstokverwijderingen en het daarmee samenhangende oestrogeentekort, en niet door de onderduikperiode. De blaasklachten werden medisch toegeschreven aan constitutionele factoren en niet aan de onderduik.
Hoewel het bestreden besluit op één punt niet deugdelijk was gemotiveerd, werd dit gebrek gepasseerd omdat appellante hierdoor niet werd benadeeld. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in stand kan blijven en verklaarde het beroep ongegrond. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de voorziening voor medische behandeling en medicijnen wordt ongegrond verklaard.