ECLI:NL:CRVB:2018:3188
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
WIA-uitkering terecht geweigerd wegens geschiktheid voor maatgevende arbeid
Appellant, werkzaam als receptionist/nachtportier, vroeg een WIA-uitkering aan na ziekmelding wegens lichamelijke klachten na een ongeval. Het UWV stelde op basis van een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige vast dat appellant geschikt was voor zijn eigen werk en andere functies passend bij zijn beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat onafhankelijk onderzoek ontbrak, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad oordeelde dat er geen aanwijzingen waren dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat de beperkingen correct waren vastgesteld. De medicatie die appellant later kreeg voorgeschreven had geen invloed op zijn belastbaarheid op de datum in geschil. De arbeidsdeskundige had bovendien overtuigend onderbouwd dat appellant geschikt was voor de maatgevende arbeid en de geselecteerde functies.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij geschikt is voor zijn maatgevende arbeid en geselecteerde functies.