ECLI:NL:CRVB:2018:320
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvragen en bedrijfskapitaal wegens geschonden inlichtingenplicht en kostendelersnorm
Appellanten hebben meerdere keren bijstand aangevraagd, waarbij de aanvragen werden afgewezen vanwege het ontbreken van verblijfsrecht van appellante en toepassing van de kostendelersnorm. Appellante verrichtte werkzaamheden voor een B.V. zonder hierover melding te maken, terwijl zij inkomsten had die gelijk waren aan of hoger dan de bijstandsnorm. Het college heeft daarom de bijstandaanvragen afgewezen en de kostendelersnorm toegepast.
De rechtbank heeft in verschillende uitspraken deze besluiten deels bevestigd en deels vernietigd. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandaanvragen en de toepassing van de kostendelersnorm, omdat appellante haar inlichtingenplicht heeft geschonden door de werkzaamheden niet te melden en zij redelijkerwijs over inkomsten kon beschikken. De Raad oordeelt dat het college terecht geen aanleiding had om besluiten te herzien of compensatie toe te kennen.
Ten aanzien van de aanvraag om bedrijfskapitaal op grond van het Bbz 2004 vernietigt de Raad de uitspraak van de rechtbank wegens een motiveringsgebrek in het nader besluit van het college. De Raad verklaart het beroep tegen het nader besluit ongegrond, omdat appellante niet tot de kring der rechthebbenden behoort, mede doordat zij geen werkloosheidsuitkering ontving en haar inlichtingenplicht schond.
De Raad veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 30 januari 2018.
Uitkomst: De Raad bevestigt afwijzing van bijstandaanvragen en toepassing kostendelersnorm, vernietigt uitspraak over bedrijfskapitaal en verklaart beroep tegen nader besluit ongegrond.