ECLI:NL:CRVB:2018:3265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering AIO-aanvulling wegens niet-melding onroerende zaken in Suriname
Appellante ontving vanaf 1 juli 2009 een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling) naast haar onvolledig ouderdomspensioen. Na onderzoek door de Sociale verzekeringsbank (Svb) en het Bureau Sociale Zaken in Paramaribo bleek dat appellante sinds 1983 eigenaar was van een perceel in Suriname en mede-eigenaar van een tweede perceel sinds 1972, welke eigendommen zij niet had gemeld. De Svb trok daarom de AIO-aanvulling met ingang van juli 2009 in en vorderde de betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de waarde van het perceel niet boven de vermogensgrens lag en dat terugvordering onevenredig zou zijn. De Raad oordeelde dat appellante niet aan haar bewijslast had voldaan om de waardeontwikkeling over de gehele periode aan te tonen. Verder was het vermogen door het niet melden van beide percelen niet vast te stellen, waardoor intrekking en terugvordering gerechtvaardigd waren.
Ook het beroep op bijzondere omstandigheden zoals leeftijd en dementie werd verworpen, omdat geen dringende redenen voor kwijtschelding waren. De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de AIO-aanvulling en de terugvordering wegens niet-melding van onroerende zaken.