Uitspraak
17.7259 AWBZ, 18/4778 AWBZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 30 april 2018 ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een persoonsgebonden budget (pgb) ontvangen voor de jaren 2012 tot en met 2014. Het zorgkantoor stelde het pgb voor 2012, 2013 en 2014 vast en vorderde terugbetalingen op basis van geconstateerde onregelmatigheden in de verantwoording. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.
De rechtbank vernietigde het besluit voor 2014 en beval een nieuwe vaststelling, maar verklaarde het beroep ongegrond voor 2012 en de kosten in bezwaar. In hoger beroep stelde appellant dat het zorgkantoor ten onrechte twee facturen over 2012 niet had meegenomen en dat hem onrechtmatig kosten werden opgelegd.
De Raad stelde vast dat het zorgkantoor de betalingen van de twee facturen over 2012 wel degelijk had meegenomen en dat appellant geen feitelijke grondslag had voor een hoger bedrag. De Raad oordeelde dat er geen sprake was van aan het zorgkantoor te wijten onrechtmatigheid en wees het beroep af. Ook het bezwaar tegen het besluit over 2014 werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.