ECLI:NL:CRVB:2018:3351
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag AWBZ-zorg na behandeling en nazorgtraject GGZ
Appellante was opgenomen in een verslavingskliniek en volgde daarna een nazorgtraject bij SolutionS. Zij vroeg bij het CIZ een zorgzwaartepakket GGZ03C aan op grond van de AWBZ, maar deze aanvraag werd afgewezen omdat zij tijdens haar verblijf bij Stichting onder behandeling was op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw).
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij na het nazorgtraject aangewezen was op AWBZ-zorg vanwege haar onvermogen zelfstandig te wonen zonder begeleiding.
De Raad oordeelde dat het inzetten van AWBZ-zorg niet doelmatig is zolang er behandelmogelijkheden zijn onder de Zvw. Uit de stukken bleek dat appellante een nazorgtraject met groeps- en individuele therapie volgde tot mei 2015. Er was geen mededeling van een behandelaar dat aanvullende AWBZ-zorg noodzakelijk was.
Daarom was de afwijzing van de aanvraag terecht en werd het hoger beroep verworpen. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag voor AWBZ-zorg is terecht afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.