Uitspraak
17 779 PW
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf aan geen eigen woning te hebben en op diverse adressen, waaronder een hotel, te verblijven zonder kosten te betalen.
Het college kende bijstand toe volgens de norm voor een alleenstaande, maar verlaagde deze met 10% van de gehuwdennorm vanwege lagere woonkosten, conform het gemeentelijke beleid. Appellant maakte bezwaar en voerde aan dat de bijstand hoger had moeten worden vastgesteld op grond van artikel 18 van Pro de Participatiewet.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de verlaging met 10% passend is en niet kennelijk onredelijk, mede omdat appellant geen bijzondere omstandigheden aannemelijk had gemaakt die een hogere bijstand rechtvaardigen.
De Raad benadrukte dat het gemeentelijke beleid in lijn is met de wettelijke bepalingen en dat de gehuwdennorm als uitgangspunt voor de verlaging redelijk is, gezien de geringe verschillen in huisvestingskosten tussen alleenstaanden en gehuwden.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd, zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De bijstand van appellant wordt terecht met 10% van de gehuwdennorm verlaagd vanwege zijn dakloze situatie.