Uitspraak
17.4189 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
nemen op het bezwaar tegen het besluit van 26 mei 2016 en bepaalt dat beroep tegen deze
beslissing slechts kan worden ingesteld bij de Raad;
griffierecht van in totaal € 418,- vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als politieambtenaar, verrichtte tijdelijke werkzaamheden als [functie 3] waarvoor hij een waarnemingstoelage aanvroeg. De korpschef wees dit verzoek af op grond van het Rechtspositioneel Kader, dat volgens hem niet voorzag in toelagen voor tijdelijke werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep stelde vast dat het Rechtspositioneel Kader niet van toepassing was op de werkzaamheden van appellant. De Raad oordeelde dat appellant tijdelijk een ander samenstel van werkzaamheden verrichtte dat een andere functie vormde dan zijn eigen functie.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg de korpschef op een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van een waarnemingstoelage in de vorm van OVW-periodieken. Tevens werd de korpschef veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de korpschef wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen waarbij appellant mogelijk recht krijgt op waarnemingstoelage.