ECLI:NL:CRVB:2009:BK0687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- M.C. Bruning
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op smartengeld bij invaliditeit door beroepsziekte politieambtenaar
Appellant, een politieambtenaar, ontwikkelde een post traumatische stressstoornis (PTSS) na hulpverlening bij een brandincident in 2001, welke door de korpschef als beroepsziekte werd erkend. Na ontslag wegens arbeidsongeschiktheid vroeg appellant smartengeld aan op grond van artikel 54a van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp), maar dit werd afgewezen omdat de regeling alleen zou gelden voor dienstongevallen met blijvend lichamelijk letsel.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat psychisch letsel niet onder het begrip invaliditeit viel zoals bedoeld in artikel 54a Barp. In hoger beroep stelde appellant dat artikel 54a dwingend recht is en dat de regeling voor dienstongevallen niet uitsluit dat ook bij beroepsziekten smartengeld kan worden toegekend.
De Raad oordeelde dat artikel 54a Barp ook bij invaliditeit voortvloeiend uit een beroepsziekte aanspraak op smartengeld biedt, ondanks het ontbreken van nadere regels voor beroepsziekten in de Regeling uitkering dienstongevallen politie. De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat de korpsbeheerder een nieuw besluit moet nemen waarbij de mate van invaliditeit en het toepasselijke smartengeldpercentage worden vastgesteld, met inachtneming van de AMA-Guides voor psychische invaliditeit.
Uitkomst: De korpsbeheerder moet een nieuw besluit nemen over smartengeld bij invaliditeit door beroepsziekte en appellant wordt in de proceskosten tegemoetgekomen.