ECLI:NL:RBDHA:2020:8490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag plaatsing op hogere functie ondanks waarnemingstoelage
Eiseres, sinds 2001 in dienst bij de Nationale Politie, heeft een aanvraag ingediend om te worden geplaatst in een hogere functie, gespecialiseerd medewerker A, op grond van de Regeling aanvraag plaatsing op een andere dan de ambtenaar opgedragen functie (RAAF). Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat haar feitelijke werkzaamheden wezenlijk afwijken van haar huidige functie.
De rechtbank oordeelt dat de toekenning van een volledige waarnemingstoelage een belangrijke aanwijzing is dat eiseres de hogere functie in volle omvang heeft uitgevoerd. Echter vereist de RAAF dat ook wordt getoetst of de feitelijke werkzaamheden in overwegende mate voldoen aan alle niveaubepalende elementen van de gevraagde functie. Eiseres kon dit niet voldoende aantonen.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat een waargenomen functie geen LFNP-functie hoeft te zijn en erkent dat er verschillen kunnen bestaan tussen het samenstel van werkzaamheden en de niveaubepalende elementen van een LFNP-functie. Het beroep op de hardheidsclausule faalt omdat niet is gebleken dat de regeling onbillijk is toegepast.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om heropening af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag tot plaatsing op een hogere functie is ongegrond verklaard.