ECLI:NL:CRVB:2018:3399
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- R.B. Kleiss
- S. Wijna
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid voor WIA- en ZW-uitkering na psychische en lichamelijke klachten
Appellante, die als medewerker catering werkte, meldde zich ziek vanwege voetklachten en psychische problemen. Het UWV stelde vast dat zij geschikt was voor passend werk, waardoor haar verlies aan verdienvermogen onder de 35% bleef, en weigerde de WIA-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat de arbeidsdeskundige voldoende had toegelicht dat appellante de geselecteerde functies kon vervullen.
Later werd appellante opnieuw ziekgemeld en werd de ZW-uitkering beëindigd omdat zij geschikt werd geacht haar arbeid te doen. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd, maar na aanvullend onderzoek werd het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde het besluit wel, maar liet de rechtsgevolgen in stand.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunt dat haar beperkingen werden onderschat en vroeg om een medisch deskundige voor fibromyalgie. De Raad volgde het UWV en de rechtbank en zag geen aanleiding tot twijfel aan de medische en arbeidskundige beoordelingen. De psychische klachten waren erkend en passend in de functionele mogelijkhedenlijst verwerkt. De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en oordeelde dat appellante terecht geen recht heeft op WIA- en ZW-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante terecht geen recht heeft op WIA- en ZW-uitkering omdat zij geschikt is voor de geselecteerde functies.