ECLI:NL:CRVB:2018:3403
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid
Appellant, woonachtig in Spanje, kreeg sinds 2002 een WAO-uitkering wegens psychische en lichamelijke klachten. Na een toename van zijn klachten en een hartinfarct in 2013, werd zijn arbeidsongeschiktheid herzien door het UWV van 15-25% naar 25-35%.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening en stelde dat zijn beperkingen, met name door rug- en psychische klachten, waren onderschat en dat hij de geselecteerde functies niet kon vervullen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn om het medisch oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te verwerpen. De Raad bevestigde dat alle klachten adequaat zijn meegewogen en dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn.
De Raad concludeert dat het hoger beroep faalt en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.