Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd gesteld dat zij met taxivervoer naar het werk kan worden vervoerd ondanks haar angststoornis en agorafobie. In een eerdere tussenuitspraak werd vastgesteld dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd omdat appellante alleen buitenshuis kan reizen met een vertrouwd persoon. Het UWV stelde dat gewenning aan taxichauffeurs mogelijk is en dat een vertrouwd persoon haar in het begin kan begeleiden.
Appellante betwistte dit standpunt en gaf aan dat haar partner en zoon niet altijd beschikbaar zijn om haar te begeleiden. De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat taxivervoer voldoet aan de beperking dat zij begeleiding door een vertrouwd persoon nodig heeft. Het aantal chauffeurs is te beperkt om vertrouwd te worden en het vervoer roept angst op.
Daarom vernietigt de Raad het besluit en draagt het UWV op binnen zes weken een nieuwe beslissing te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de noodzaak van vertrouwde begeleiding. Tegen die beslissing kan alleen beroep bij de Raad worden ingesteld. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.