ECLI:NL:CRVB:2018:3411
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat persoonsgebonden budget 2013 niet kan worden gebruikt voor zorg in 2012
Aan appellante is voor het jaar 2013 een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend. Het zorgkantoor stelde het pgb voor 2013 vast op €36.990,54 en vorderde €2.017,46 terug. De rechtbank vernietigde dit besluit en stelde het pgb vast op €38.240,54, waarbij rekening werd gehouden met een bedrag van €1.250 voor in 2013 verleende zorg. De rechtbank oordeelde dat betalingen in januari 2013 voor loon over december 2012 niet met het pgb van 2013 konden worden betaald.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en verwijst naar de Regeling subsidies AWBZ (Rsa), die uitgaat van een subsidieperiode per kalenderjaar. Hierdoor is het niet toegestaan om het pgb van 2013 te gebruiken voor zorg die in 2012 is ontvangen maar niet betaald. Appellante draagt het risico van meer ingekochte zorg in 2012 dan het toen toegekende pgb.
Verder wijst de Raad erop dat appellante zich tot de civiele rechter kan wenden voor geschillen over deurwaarderskosten die verband houden met de invordering. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het pgb over 2013 niet kan worden gebruikt voor zorg verleend in 2012.