ECLI:NL:CRVB:2018:3464
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- J.J.A. Kooijman
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bijstand en afwijzing schadevergoeding door adreswijziging
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een uitkeringsadres. Naar aanleiding van een interne melding dat appellant vermoedelijk niet op dat adres woonde, voerde de gemeente een onderzoek uit. Dit leidde tot het besluit de bijstand met ingang van 27 december 2014 in te trekken en de terugvordering van de betaalde bijstand.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het besluit niet aangetekend was verzonden en dat het college op de hoogte was van zijn adreswijziging, wat volgens hem tot een andere beoordeling moest leiden.
De Raad oordeelt dat het college aannemelijk heeft gemaakt dat het besluit naar het laatst bekende adres is verzonden en dat het op de weg van appellant ligt om een adreswijziging tijdig door te geven. De stelling dat alleen aangetekende verzending aan de bekendmakingsplicht voldoet, wordt verworpen. Ook is de terugvordering correct vastgesteld en zijn de door appellant gestelde dringende redenen niet concreet onderbouwd.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om schadevergoeding wordt geweigerd.