ECLI:NL:CRVB:2018:3478
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herleving maatregel blijvend gehele weigering WW-uitkering bevestigd door Centrale Raad van Beroep
Appellant vroeg een WW-uitkering aan na het niet verlengen van zijn arbeidsovereenkomst bij een uitzendbureau. Het UWV legde bij besluit van 9 november 2015 een maatregel van blijvend gehele weigering op wegens het weigeren van passend werk, zonder dat appellant hiertegen bezwaar maakte. Na een korte werkperiode via een ander uitzendbureau en het opnieuw aanvragen van een WW-uitkering, stelde het UWV bij besluit van 22 december 2015 vast dat de eerder opgelegde maatregel herleefde.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat appellant de verwijtbaarheid van zijn werkloosheid mocht betwisten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter anders en stelt dat de formele rechtskracht van het besluit van 9 november 2015 inhoudt dat de maatregel niet meer kan worden aangevochten in deze procedure.
De Raad overweegt dat de herleving van de maatregel wettelijk is voorzien en een legitiem doel dient, namelijk het voorkomen dat mensen via korte werkperiodes aan de gevolgen van een maatregel ontkomen. De Raad vindt geen disproportionele last voor appellant en geen schending van het eigendomsrecht of het recht op een eerlijk proces. Het incidenteel hoger beroep van het UWV wordt gegrond verklaard, de eerdere uitspraak vernietigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de herleving van de maatregel van blijvend gehele weigering van de WW-uitkering.