ECLI:NL:CRVB:2018:3479
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering WW-uitkering directeur-grootaandeelhouder
Appellant, directeur-grootaandeelhouder van een vennootschap, vroeg een WW-uitkering aan die door het UWV werd toegekend. Na onderzoek bleek dat appellant niet als werknemer verzekerd was voor de WW omdat hij statutair bestuurder en aandeelhouder was. Het UWV trok de uitkering per 1 november 2013 in en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank oordeelde dat appellant terecht als directeur-grootaandeelhouder werd aangemerkt en niet voldeed aan de uitzondering van daadwerkelijke ondergeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn inschrijving in het handelsregister berustte op een misverstand en dat hij wel ondergeschikt was, maar slaagde hier niet in.
De Raad concludeerde dat appellant zijn inlichtingenplicht schond door niet alle relevante informatie te verstrekken, waardoor de uitkering onterecht werd verstrekt. De uitzondering op de verzekeringsplicht was niet van toepassing en de terugvordering was terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De WW-uitkering is terecht ingetrokken en teruggevorderd omdat appellant als directeur-grootaandeelhouder niet verzekerd was en zijn inlichtingenplicht schond.