ECLI:NL:CRVB:2018:3490
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging zorgvuldig UWV-onderzoek en afwijzing beroep op aanvullende medische informatie bij Ziektewetuitkering
Appellante, laatst werkzaam als helpende in de thuiszorg, meldde zich ziek na een auto-ongeval met nek- en schouderklachten. Na beëindiging van haar dienstverband werd zij per 1 juni 2015 in aanmerking gebracht voor een Ziektewetuitkering. Het UWV stelde bij besluit vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen en stopte haar ziekengeld. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard op basis van rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had verricht, waarbij alle medische informatie was betrokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV haar klachten onderschatte en overhandigde nieuwe medische verklaringen van een neuropsycholoog en een verzekeringsarts. Het UWV betwistte dit en de Raad toetste het onderzoek en de medische beoordeling.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was en dat de nieuwe medische informatie geen aanleiding gaf tot twijfel aan het oordeel van de verzekeringsartsen. De verklaringen van Van der Planken en Matser bevatten geen definitieve conclusies en waren deels na de datum van het besluit. Er was geen nadere informatie over neuropsychologisch onderzoek. De Raad bevestigde dat de geselecteerde functies passend waren en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
De Raad wees proceskosten af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 oktober 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.