Uitspraak
16 6393 ZW, 17/6162 WIA
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
BESLISSING
totaal € 339,- vergoedt.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een gepromoveerd natuurkundige en voormalig senior research engineer, meldde zich met terugwerkende kracht ziek per 28 september 2014 wegens psychische klachten. Het UWV weigerde ziekengeld en WIA-uitkering omdat appellant op de door een verzekeringsarts vastgestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag (1 december 2014) niet meer verzekerd was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het juiste moment waarop appellant niet meer in staat was zijn werk te verrichten niet exact kan worden vastgesteld, maar dat het verantwoord is dit te stellen op 28 september 2014, de laatste dag waarop appellant nog aanspraak kon maken op ziekengeld. Dit volgt uit medische stukken en verklaringen die een geleidelijke verslechtering en kwetsbaarheid aantonen.
De Raad vernietigt de bestreden besluiten en de uitspraken van de rechtbank, en draagt het UWV op nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en wordt bepaald dat beroep tegen de nieuwe besluiten slechts bij de Raad kan worden ingesteld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep stelt de eerste dag van arbeidsongeschiktheid vast op 28 september 2014 en vernietigt de bestreden besluiten, met opdracht aan het UWV om nieuwe besluiten te nemen.