ECLI:NL:CRVB:2018:3507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang bij recht op ziekengeld
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 15 juni 2015 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht meer had op ziekengeld. Dit bezwaar werd door het UWV afgewezen in oktober 2015. De Centrale Raad van Beroep deed op 10 januari 2018 een tussenuitspraak waarin werd geoordeeld dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Het UWV werd opgedragen het besluit te herstellen.
Naar aanleiding daarvan nam het UWV op 27 februari 2018 een nieuwe beslissing op bezwaar waarin werd vastgesteld dat appellant recht behoudt op ziekengeld vanaf 15 juni 2015. Appellant stelde echter dat deze nieuwe beslissing niet volledig tegemoetkwam aan zijn bezwaar, omdat de rapporten van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onjuist zouden zijn.
De Raad oordeelde dat het besluit van 27 februari 2018 volledig tegemoetkomt aan het bezwaar van appellant en dat hij daardoor geen belang meer heeft bij het hoger beroep. De Raad verwees naar vaste rechtspraak dat procesbelang vereist dat het met het hoger beroep nagestreefde resultaat daadwerkelijk kan worden bereikt. Omdat appellant reeds het door hem gewenste resultaat heeft bereikt, is het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het vervallen van het procesbelang.