Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
niet bekend konden zijn, en
hebben kunnen leiden.
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft in 1999 een aanvraag ingediend voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens psychische klachten die tijdens werkzaamheden in 1990 zijn ontstaan. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) heeft dit verzoek in 2001 afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van arbeidsongeschiktheid. Deze beslissing is in 2011 door de Raad bevestigd.
In 2017 heeft verzoeker een herzieningsverzoek ingediend tegen de uitspraak van 2011. De Centrale Raad van Beroep heeft onderzocht of er sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden en of het verzoek tijdig is ingediend.
De Raad oordeelt dat er geen nieuwe feiten (nova) zijn gesteld en dat het verzoek meer dan een jaar na de uitspraak van 2011 is ingediend. Dit wordt als onredelijk laat beschouwd, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk is verklaard. Verzoeker is niet verschenen bij de zitting, het Uwv is vertegenwoordigd door een raadsman.
De uitspraak benadrukt het belang van tijdige indiening van herzieningsverzoeken en bevestigt de vaste rechtspraak dat een te laat ingediend verzoek zonder nova niet ontvankelijk wordt verklaard.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak van 11 maart 2011 wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijke termijn en ontbreken van nieuwe feiten.