ECLI:NL:CRVB:2018:3574
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning als deelnemer aan het verzet tegen Japanse bezetter
Appellant, geboren in 1928, vroeg in maart 2016 om erkenning als deelnemer aan het verzet tegen de Japanse bezetter en om een buitengewoon pensioen op grond van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet (Wiv). De Stichting Pelita stelde een rapport op waarin werd geconcludeerd dat appellant niet tot het verzet behoorde. Verweerder wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit na bezwaar.
Appellant stelde dat hij verzetsactiviteiten had verricht, onder meer door het smokkelen van papaja’s en het vervoeren van een pakketje naar een haven, en het leveren van medicijnen in ruil voor alcohol aan een Molukse verzetsman. De Raad stelde vast dat alleen de eigen verklaring van appellant onvoldoende was en dat er geen aanvullende bevestiging was van deze activiteiten.
Onderzoek bij familieleden, SAIP, Nefis en relatiedossiers leverde geen bevestiging op. Hoewel er historisch bekend is dat verzetsgroepen actief waren op Celebes, ontbrak bewijs dat appellant hierbij betrokken was. De Raad oordeelde dat het bestreden besluit terecht was genomen en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag wordt gehandhaafd.