ECLI:NL:CRVB:2018:3594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over ziektewetuitkering bij psychische klachten
Appellante was werkzaam als pedagogisch medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten, waarna zij een ziektewetuitkering ontving. Het UWV stelde na medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij het medisch onderzoek zorgvuldig werd bevonden en de ernst van haar klachten niet werd onderschat.
Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak en stelde dat haar psychische klachten en beperkingen waren onderschat, onder meer vanwege een terugval en hervatting van behandeling. Zij betoogde dat de verzekeringsarts onvoldoende actuele informatie had ingewonnen. Het UWV handhaafde haar standpunt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het dossier niet eenduidig is over de ernst van de psychische problematiek en dat de motivering van de verzekeringsarts overtuigend is. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de medische beoordeling zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies geschikt waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.