ECLI:NL:CRVB:2018:3604
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing bezwaar tegen vaststelling mate arbeidsongeschiktheid en weigering dwangsom UWV
Appellant, sinds 1992 arbeidsongeschikt, vordert een hogere mate van arbeidsongeschiktheid en dwangsom tegen het UWV. Na diverse onderzoeken door medisch specialisten en arbeidsdeskundigen handhaafde het UWV de vaststelling van 45-55% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees de dwangsom af omdat de ingebrekestelling tijdig was ontvangen.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat het UWV zorgvuldig en deugdelijk onderzoek heeft verricht, waarbij alle relevante medische gegevens, inclusief buitenlandse rapporten, zijn betrokken. De door appellant aangevoerde medische stukken en bezwaren zijn onvoldoende om het oordeel te wijzigen.
Ook de procedurele vraag rond de dwangsom wordt beantwoord: de ingebrekestelling van 8 juni 2015 is tijdig ontvangen, waardoor geen grond bestaat voor toekenning van een dwangsom. De Raad wijst de gronden van appellant af en bevestigt het bestreden besluit zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd zonder toekenning van een dwangsom.