ECLI:NL:CRVB:2018:3628
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant, laatstelijk productiemedewerker, meldde zich ziek met voetklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na een eerstejaars ZW-beoordeling stelde een verzekeringsarts beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde functies waarmee appellant 100% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Het UWV beëindigde de uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn loon kon verdienen.
Appellant voerde in hoger beroep aan volledig arbeidsongeschikt te zijn vanwege hevige pijnklachten, medicatiegebruik, psychische klachten en een diagnose van dunne vezelneuropathie, en betoogde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat geen neuroloog werd geraadpleegd. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, waarbij de verzekeringsarts alle relevante medische informatie, waaronder specialistische rapporten, had betrokken.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep had extra beperkingen opgenomen vanwege medicatiegebruik en concludeerde dat de pijnklachten niet volledig medisch verklaard konden worden en dat de inactiviteit gedragsmatig was. De arbeidsdeskundige motiveerde dat de voorgehouden functies medisch passend waren. De Raad volgde de rechtbank en het UWV en bevestigde dat appellant in staat was de functies te vervullen, waardoor het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De ZW-uitkering is terecht beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.