ECLI:NL:CRVB:2018:3726
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht meer op ziekengeld na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, laatst werkzaam als industrieel schoonmaker, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving ziekengeld op grond van de Ziektewet. Het UWV stelde vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en beëindigde het recht op ziekengeld. Appellant voerde bezwaar aan tegen dit besluit en stelde dat er meer beperkingen en een urenbeperking moesten worden aangenomen vanwege de energetische impact van zijn behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en de conclusie dat appellant geschikt is voor de geduide functies kon worden gedragen. In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dit oordeel en onderschrijft de rechtbankuitspraak volledig.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep lichtte toe dat er geen medische noodzaak is voor een urenbeperking, omdat appellant geen aandoening heeft die een stoornis in de energiehuishouding veroorzaakt. Ook is er geen verminderde beschikbaarheid voor arbeid door behandeling. Het UWV heeft de beperkingen op persoonlijk, sociaal en houdingsfunctioneren gemotiveerd vastgesteld.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld wordt bevestigd.